Voornaamste kenmerken

De Hoge Venen zijn ongetwijfeld één van de meest ongrepte stukjes natuur van de Ardennen en de Eifel.
                                                                                                           

Door het strenge klimaat van deze streek, de hevige neerslag, de lange koude winters en een lage gemiddelde temperatuur (6,1°) zijn uiterst zeldzame plantensoorten uit Noord-Europa, de bergstreken en het atlantische gebied hier behouden gebleven. 

Het huidige veenlandschap is grotendeels ontstaan onder invloed van de mens. De oude landbouw- en veeteeltpraktijken, zoals het weiden, het bestrijden van kreupelhout, het binnenhalen van hooi en de ontginning van turf hebben geleid tot de vorming van open ruimten. Tot in de middeleeuwen daarentegen waren de Hoge Venen nog voor 90% bebost. Vanaf omstreeks 1840 (in de Pruisische periode) werd heel wat heideland herbeplant met sparren.

Dit heeft geleid tot een aanzienlijke afname van de veenoppervlakte, voorheen de enige niet beboste zone. Dit kwam doordat het water naar de oppervlakte steeg, wat de vorming van een turflaag bevorderde. Deze kon zelfs een hoogte van enkele meters bereiken. De Hoge venen zijn de enige natuurlijke biotoop die tot vandaag is blijven bestaan. De handhaving ervan vereist aanzienlijke beschermingsmaatregelen.

Om de fauna en flora van de Hoge Venen te behouden, werd een oppervlakte van 4.500 ha beschermd als natuurreservaat (reeds in 1957). Dat reservaat kreeg in 1966 het Europees diploma voor natuurbehoud.

Het bos

Het oorspronkelijke bos - beukenbos en eikenbos met berken - werd in de loop der eeuwen vernield door branden, overmatig vellen, het inrichten van weidelanden en het ontginnen.
De sparren werden recentelijk ingevoerd en zij leveren kwaliteitshout voor de zagerijen, papiernijverheid en paneelindustrie. Twintig plaatselijke zagerijen ontginnen een half miljoen m³ per jaar.


Sparren en andere naaldbomen dekken 90 % van de beboste oppervlakte van de Hoge Venen. Beuken en andere loofbomen dekken de rest. De huidige tendens bestaat erin de met loofbomen beboste oppervlakte te bevorderen en het ecologische beheer van de bebossing in de hand te werken. Dat gebeurt door open plekken te creëren, wat de natuurlijke fauna en flora en het herste van de bodem ten goede komt.

De fauna

De grote wilde fauna (herten, reeën en everzwijnen) is in de hele streek aanwezig. Het bestand wordt geraamd op 1.200 herten, nagenoeg dubbel zoveel reeën en een duizendtal everzwijnen.
Andere beschermde dieren zoals de korhaan, de marter en de wilde kat zijn eveneens aanwezig, alsook talrijke speciale vogels en insecten.

De flora

Hier vindt men zeldzame soorten die de venen en vochtige zones bevolken, zoals beenbreek, wolgras, heide, lavendelheide, zevenster, kleine veenbes ...

Het water

Alle waterlopen van de streek ontspringen in de Hoge Venen. Hun debiet is wildstromend en wordt gereguleerd door vijf stuwdammen die meer dan een miljoen inwoners van drinkwater voorzien.